Medium Janneke Leber
Text Post

We kunnen hem hebben

Ik werd geraakt door het beeld.
Een bomvolle kerk met allemaal mensen die kwamen luisteren naar collega-medium Kitty Woud.
Over doodgaan.

Ik had gehoord van haar lezing met de titel ‘Het Stervensproces’ en ik dacht: die wil ik wel eens horen. Maar ik wilde hem ook graag láten horen aan anderen. En zo kwam het idee om Kitty uit te nodigen in mijn praktijk. Daar kan 20 man in, leuk aantal toch? Alleen meldden zich al gauw meer mensen, dus ik week uit naar een ander zaaltje en toen dat ook te klein bleek, kwamen we uit in de kerk.

Daar zaten ze: 130 mensen, luisterend naar Kitty’s verhaal over doodgaan. Het proces ernaartoe. Het moment zelf. En de aankomst aan de andere kant. De technische kant ervan. Tips van reeds overledenen over hoe je dat het beste kunt doen, doodgaan. En hoe je het het beste kunt begeleiden, wanneer een ander bezig is te overlijden. Over dat het sterven zelf pijnloos is! En welke fases er doorlopen worden wanneer lichaam en geest van elkaar loskomen. Ze vertelde over de natuurlijke dood, maar ook over het plotse einde. Er zaten nabestaanden van de MH17 in de zaal. Ik hield mijn adem in. Over zelfdoding ging het ook. Mijn blik dwaalde af naar L., die haar dochter op die manier verloor. Ik luisterde en ik schatte in hoe deze informatie voor hen zou zijn. En ik dacht ook alvast na over wat ik zou zeggen ter afsluiting, want ook dat hoorde bij mijn rol van gastvrouw deze avond.

Na de lezing, beantwoordde Kitty nog 3 kwartier vragen. Daarna  stond ik op, liep naar voren en keek naar de aanwezigen.
“Het is niet dat we er nou ontzettend veel zin in hebben, in dat dood gaan… Maar zo’n avond lang erover denken en erover leren, dat haalt de zwaardte er wel van af.”

Men lachte.
En dat snapte ik wel.
Maar ik meende het heel serieus.

De dood is zo’n onderwerp dat er altijd is.
Het hangt boven ons, als een zwaard van Damocles.
De dood is er, maar we negeren hem zoveel mogelijk.
En als het zich dan toch meldt, als een gure wind die om ons huis waait, dan rillen we en trekken de gordijnen snel dicht.

Maar gisteren gingen we het aan, daar in die kerk.
De gordijnen bleven open en we zogen de informatie op.
En nu, vandaag, kijken we er toch anders naar.
Die dood, die kunnen we hebben.

Text Post

Voor de mannen

Deze is voor de mannen.
Nee, preciezer: voor de gevoelige mannen.
Maar dan klinkt dan meteen weer zo… als een reclame voor een gezichtscrème voor mannen.

Waar kwam die trouwens ineens vandaan?
Ineens was er gezichtscrème voor mannen.
En die wordt nog verkocht ook, neem ik aan.
Dus blijkbaar is er een markt voor gezichtscrème voor mannen. Blijkbaar is daar onderzoek naar gedaan en kwam men erachter: mannen willen hun eigen gezichtscrème. En dat zegt toch iets….

Dit lijkt nu een iets te lang zijpaadje dat nooit meer terugkomt bij de hoofdweg, maar dat is het niet, want als er plaats is voor gezichtscrème voor mannen, dan moet er toch ook plek zijn voor waar dit stukje over gaat (ziet u, we zitten alweer bijna op de hoofdweg): gevoelige mannen.

Laten we eerst het woord gevoeligheid definiëren. Ik bedoel met gevoeligheid in dit geval niet emotioneel, met snotteren voor de tv en hysterisch blij zijn met je nieuwe schoenen. Ik bedoel gevoeligheid in de zin van intuïtief. In de zin van dingen voorvoelen, door dingen heen kunnen kijken, luisteren en lezen. Ja, intuïtief is een beter woord dan gevoelig en het klinkt al een stuk minder vrouwelijk. Want eigenlijk gaat het al mis op het gebied van de taal. Gevoelige mannen klinkt als een tegenstelling. Als iets wat niet zou kunnen. Of als iets zieligs. Dat is een misverstand.

Het is wel lastig. Ik zie het steeds vaker in mijn praktijk: mannen die sterk intuïtief zijn en die daar mee worstelen. Ze worstelen met de informatie die ze oppikken, maar die ze niet kunnen delen met andere mannen. Omdat ze denken dat dat niet begrepen wordt. (Dikke kans dat dat ook zo is.) Dus houden ze zich maar wat op de vlakte. Of praten ze maar mee over carburatoren, DPI’s en PSV-Willem II. (U ziet, ik heb eigenlijk geen idee waar mannen onderling over praten.)

Maar goed, dit is dus een probleem. Want doordat die intuïtief sterke mannen zich maar op de vlakte houden, durven ze niet uit de intuïtieve kast te komen en die kast zit ondertussen vol met mannen die tegen mij zeggen: ik wil zo helemaal niet zijn. Hoe kom ik van die intuïtie af! En dat is jammer. Dat is schoppen tegen je eigen talenten. Daar schiet de wereld niets mee op. En het probleem begint al jong, op de aperots-leeftijd van ca. 8, 9 jaar, want dan komen gevoelige jongetjes al in dubio: ik ben een jongen, ik moet toch eigenlijk meedoen op die rots, maar eigenlijk heb ik er helemaal niks mee…

Het wachten is op een rolmodel. Een charismatische, sterke, mannelijke man die OOK intuïtief is en die ervoor uitkomt. Misschien is Derek Ogilvie net een brug te ver. Misschien moet het helemaal geen medium zijn, maar gewoon een presentator of een politicus of een zakenman. Eentje die gewoon zegt: ik hoor door lulverhalen heen. Ik zie het als mensen ongelukkig zijn. Ik weet of iets gaat slagen of niet. Ik ben intuïtief. En ik gebruik het. Hell yeah!

Kent u zo iemand?
Bent u zo iemand?
Laat van u horen.
Dan kan die kast open.
En kunnen die ontzettend leuke mannen er eindelijk uit. 

Text Post

Eraan toe zijn

Ze heeft de vraag tot het allerlaatst bewaard in dit consult.
Terwijl het waarschijnlijk de belangrijkste vraag is.
Want: wat is dat nou toch, wat ze de laatste tijd soms ziet?

“Spikkeltjes in de lucht zag ik al langer. En ik weet dat het iets met energie te maken heeft. Maar sinds kort zie ik dus ook iets anders, meestal als ik in de natuur ben. Het ziet eruit als draaiende spiralen met kleurtjes. En ze komen uit mij en gaan dan de omgeving in en andersom. De eerste keer dat ik het zag, dacht ik dat ik gek werd.”

Als ze het verhaal had verteld bij de psychiater, was dat waarschijnlijk ook de conclusie geweest. En ik zou er ook mijn twijfels bij kunnen hebben, ware het niet dat ik merk dat ik ineens Heel Sterk moet denken aan de woorden van Mavis Pattilla, die ze ooit zei tijdens een les.

Nothing is solid.
Nothing stands apart.
We are all one.
There is a constant inpouring and outpouring of energy.
Once we can see that, everything changes.

Ik deel deze woorden met haar en ze knikt. Dit is precies hoe zij het ook ervoer. Die spiraaltjes stonden voor de verbinding tussen haar en de omgeving. En hoe die 2 elkaar steeds beïnvloeden. Het was ook helemaal geen nare ervaring vond ze, in tegendeel.

We praten erover na, want Mavis heeft gelijk: once we see that… En of je het nou letterlijk ziet – een voorrecht dat deze cliënte heeft – of dat je het inziet, zoals ik meer en meer, dat maakt niet uit. We zijn een geheel, daar gaat het om. En dat heeft verregaande consequenties.

“Als je die verbondenheid niet ziet, kun je denken: ach, die oorlogen in Syrië en in Irak, dat is hun probleem”, zegt ze. “Maar dat kan nu niet meer. Ik ervaar het als een probleem van ons allemaal.” Ze zucht.
“Het goede nieuws is dat we er dus ook de mogelijkheid hebben om er met z’n allen iets aan te doen”, zeg ik.
En ik deel met haar wat ik ook al eens met u deelde. Over het International Peace Project en the Middle East uit 1988. Een onderzoek waarin mensen die getraind waren in een bepaalde vorm van vredes-meditatie (TM), werden ondergebracht in oorlogsgebieden in Israël en Libanon. Er werd ze gevraagd in meditatie te gaan op bepaalde momenten. Doel van het onderzoek was kijken of dit effect had op de geweldadigheden. Na maanden van onderzoek, bleek inderdaad dat wanneer er meerdere mensen op hetzelfde moment mediteerden, de geweldadigheid zichtbaar afnam!

Dat was extreem goed en hoopvol nieuws natuurlijk.
Het slechte nieuws is dat dit onderzoek in een la ligt.
Ik zie er nooit iets over in de krant.
We zijn hier blijkbaar nog niet aan toe.
Zoals de verslaafde, die elk moment een afkickkliniek binnen kan stappen om zijn leven een andere wending te geven.
Maar blijkbaar moet het eerst nog erger worden voor hij zo ver is.
En dat geldt voor ons allemaal: blijkbaar is het nog niet erg genoeg.
Dat voorspelt wat voor de wereldvrede in de komende jaren…

Diezelfde avond doe ik wat ik me al langer had voorgenomen.
Ik sluit me aan bij Stadsverlichting.
Eens in de maand een uur mediteren met een groepje mensen in een huiskamer in de buurt.
‘Ter Verlichting’.
Er blijken maar liefst 3 huiskamers hier in plaatsje B. te zijn die hun deuren hiervoor openstellen! En 786 in totaal in Nederland!

Al maanden zat het in mijn hoofd.
En nu was ik er dan blijkbaar aan toe.

- http://stadsverlichting.nu
- International Peace Project in the Middle East: The Effects of the Maharashi Technology of the Unified Field. Sage Publications, Inc.

Text Post

Een stap

“Maar wat er nu gebeurt, met die Jezidi’s op die berg…”
De man tegenover me, Ron, maait met zijn handen door zijn haren en kijkt me aan met een machteloze blik.

Hij is de 3e klant in 2 dagen die daar over begint in mijn praktijk. Ik denk: het raakt mensen, massaal! En hoewel de Jezidi’s daar niets mee opschieten, raakt mij dat ook weer.
Want het zegt iets, die wanhoop in die blik, de woede erover. Het laat ons, aan de andere kant van de wereld, in elk geval niet koud.

Maar goed, er wordt in dit gesprek ook iets van mij verwacht. Of ik het even wil verklaren, hoe dat zit met dat soort ellende, spiritueel gezien dan. Als er een God is, waarom staat-ie dit dan toe, zoals Ron het zegt.

Persoonlijk vind ik dat altijd een beetje een vreemde vraag. Toestaan? We doen het toch zelf? We zijn toch geen kleuters meer?
“Nee”, zegt Ron. “Maar dit kun je toch ook niet volwassen noemen.”
En daar heeft hij dan weer een punt.
Waarschijnlijk zitten we daar, als mensheid, ergens tussenin. En moeten we dit duidelijk ‘nog leren’.
“Oke”, zegt Ron. “En jij denkt dat dat ooit nog komt?”

Ja, dat geloof ik.
Het gaat alleen zo verdomde langzaam.
En er moeten blijkbaar zo ontzettend veel slachtoffers vallen willen we veranderen. Willen we ons alllemaal verantwoordelijk kunnen voelen voor dit soort situaties. Want volgens mij is dat waar we naartoe werken, maar: we zijn er nog niet. Dat geldt ook voor mij. U kent mijn Syrië-postjes met een foto en een oproep om de situatie met uw geest te beïnvloeden. U weet ook dat dat alweer een tijdje geleden is dat ik zo’n bericht gepost heb. Dat bedoel ik. Blijkbaar hou ik het niet vol. Het geloof, de drive. Maar vrijdag deed ik mee met de Global Meditation (via internet) van Deepak Chopra en toen dacht ik: in mijn ideale wereld zouden we hier ons werk van maken. Iedere dag dit, met een hele grote groep, met heel veel opgebouwde ‘meditatiekracht’. Met zoveel mensen en zoveel kracht, dat het resultaat meteen zichtbaar zou worden. Zodat we wisten. Zeker wisten. En voelden. En dingen konden veranderen.

Ron wil ondertussen weten of ik echt serieus het idee heb dat mensen ooit hun godsdiensintolerantie zullen kunnen loslaten.
“Ja”, zeg ik. “Daar heb ik nou toevallig een mooi voorbeeld van.”

Het was een consult vlak voor de vakantie, van een dochter die contact met haar overleden moeder zocht. Het was een beladen consult, omdat er sprake was van een religieus conflict tussen hen. Moeder kon niet verdragen dat haar dochter, die notabene was vernoemd naar haar grote voorbeeld Maria, de kerk de rug had toegekeerd. Het was tot het eind toe tussen hen in blijven staan.
En toen kwam moeder door en ja hoor, met Maria-beelden. Dus haar grote heldin had ze ontmoet. Maar toen kwam er een heel ander beeld, dat van een enorm huis. En de boodschap: “Er is hier plaats voor iedereen.”
Ik zei het met moeite, want hoe ontving haar dochter dit?
Opgelucht, zo bleek. “Mijn moeder zei altijd: als jij de kerk de rug toekeert, dan ben je straks ook niet meer welkom in Gods huis.”
En dat was dus blijkbaar niet zo. En zo werd er even iets rechtgezet door de moeder.

Een grote stap voor haar.
Een kleine voor de mensheid.
Maar toch, een stap…

Text Post

Sorry

Een beetje een muts. Dat vond ik de nieuwe moeder op het schoolplein aan het begin van dit schooljaar. Dat zat hem voor een deel in de ‘kantoorbroek’ die ze droeg en die zo niet bij de omgeving paste. Maar ook in de overdreven manier waarop ze sprak tegen haar eigen en andere kinderen. Hoe dan ook: mutsig, dat was het oordeel. En zo stond ik elke dag naar haar te kijken.

En toen kwam er weer eens een nieuwe dag en ik kwam weer eens het schoolplein oplopen, maar… iets was anders. Ik weet ook niet waarom. Misschien had ik die nacht mooi gedroomd, of had ik net een bijzonder liedje op de radio gehoord. Hoe dan ook, ik liep het schoolplein op en daar stond zij en dit keer zag ik helemaal geen muts. Ik zag het gewoon niet! De kantoorbroek vertelde me over hoe ze uit haar werk was komen racen om haar dochtertje op te halen. En toen die naar buiten kwam, zag ik dit keer geen overdrevenheid, maar gewoon een wolk van moederliefde.

Ik vroeg me af hoe dat kon, dat ik haar vandaag zo anders zag. En daar was ik nog over aan het nadenken, toen er nog iets gebeurde. Nadat ze haar dochter had opgetild en ze met haar naar de auto wilde lopen, draaide ze zich om, keek me recht aan en glimlachte. Het was maar heel kort, maar ook heel intens. En ik stond versteld. Hoe kon dit nou? In al die maanden had ze me nooit gezien en nu dit!

Toen begreep ik het.

We voelen ons vaak als 6 miljard losse puntjes die zich onafhankelijk van elkaar bewegen over deze aarde. Maar de werkelijkheid is dat we allemaal uit dezelfde grote bal komen en allemaal gemaakt zijn van hetzelfde spul. Dat spul heet liefde. En als we dat kunnen voelen voor elkaar, in welke vorm dan ook, dan ontstaat er tussen die puntjes een verbinding en dan is er dus contact.

Het komt natuurlijk uit de cursus Leven voor Beginners.
Maar blijkbaar was ik het toch weer even vergeten.
En het gevoel dat die gedachte me geeft, is in 1 woord uit te drukken en wil ik hier toch graag even kwijt.
Sorry.

Text Post

Wat is doodgaan?

“Wat is doodgaan volgens jou?”, vroeg iemand mij deze week.
En verdomd zeg, daar had ik een antwoord op.
Al kwam dat niet van mijzelf.

Ik had diezelfde vraag namelijk ook eens voorgelegd aan’ de andere kant’, tijdens een meditatie. En blijkbaar was de vraag goed en het moment en de ontvangst ook, want ik kreeg een heel helder antwoord.

Ik zag een schilderij. Een enorm doek was het. En toen zag ik dat de schilder zijn kwast neerlegde, zijn schildersschort afdeed en naar achteren liep om daar, op een afstand, te beoordelen wat hij gemaakt had. En ik begreep: dat eerste (schilderen) is leven. En dat laatste (kwast neerleggen, schort af en afstand nemen) is sterven.

Het leven als schilderen; wat een mooi beeld. Je maakt iets, iedere dag voeg je een stukje toe. In het begin doe je grote lijnen en naarmate je leven vordert wordt het steeds meer detail-werk. Soms loop je hopeloos vast en je bent altijd vrij bent om dingen weer helemaal om te gooien. En op een dag, of je het ermee eens bent of niet, dan is je tijd op en moet je je kwast neerleggen. Je doet je schort af, neemt afstand van je werk en dan pas (!) kun je echt zien wat je ervan gemaakt hebt. Welke stukken zijn geslaagd? En welke minder? Wat vind je van je creatie als geheel? Was dit wat je wilde maken in dit leven?

Klopt de sfeer?
Klopt het verhaal?
Zitten je lievelingskleuren er wel in?

Kortom mensen: maak er wat moois van.
Want eenmaal aan de andere kant, moet je er eindeloos naar kunnen kijken.

Text Post

Het is

Ik zat me voor te bereiden op een consult.
Dat is een heel ritueel voor mij.
En dat ritueel eindigt met: een plaatje op laten komen vanuit ‘Janneke 1’.

Die plaatjes doen je soms echt versteld staan. Zoals die keer dat ik een vijvertje zag met een kleine fontein waarbij het water uit de mond van een beeldje spoot en het geheel zag er schattig uit, vond ik. Ik wist niet goed wat ik ermee moest. Maar dat verander toen, tijdens het consult, de betreffende vrouw zei:
“Iedereen vind mij altijd maar schattig en daar heb ik zo genoeg van. Uberhaupt heb ik genoeg van het beeld (!) dat mensen van me hebben. Maar het komt door mezelf hoor, dat weet ik. Het lijkt wel of ik iedere keer weer dezelfde woorden eruitspug (!), zonder ze echt zo te willen zeggen. Heel frustrerend.”
Na dat consult dacht ik: ‘Wow, die plaatjes moet ik veel serieuzer nemen. Er zit veel meer in dan ik dacht!’

(Zo wint Janneke 1 terrein.
Stapje voor stapje.)

Dit keer kreeg ik 2 beelden, maar niet heel makkelijk te begrijpen. Plaatje 1 was een wit pluisje dat zweefde door de lucht. Plaatje 2 was een lammetje dat klagelijk blaatte omdat ze iets miste. Ik puzzelde erop. Het pluisje deed me erg denken aan een overleden kind. Dat heb ik geleerd in de loop der jaren: witte bloemen, witte ballonnen, allemaal signalen die daar op wijzen. Wat het lammetje betekende, wist ik nog niet.

Het consult was met Pauline; een hele lieve vrouw die het duidelijk niet makkelijk had gehad in haar leven. Het gevoel van een overleden kind kwam al gauw weer omhoog, in dit geval meer doordat ik haar aanwezigheid ervoer. Het klopte. Ze was een kindje kwijtgeraakt, jaren geleden, kort na de bevalling.
Heel pijnlijk was dat dit meisje de helft was van een eeneïge tweeling. En dat dit kind dus niet alleen door haar ouders werd gemist, maar ook door haar tweelingzus. Dat is een ongrijpbaar soort van missen; je hebt iemand nooit gekend en toch… Voor mij een bewijs dat je op zielsniveau dingen heel anders kunt ervaren dan je met je logische verstand kunt beredeneren. Het meisje kwam met prachtig bewijs dat zij het was en ik hoopte maar dat dit ook bij haar zus zou komen en dat het haar ook wat troost zou brengen.

Het beeld van het lammetje dat klagelijk blaatte werd er in elk geval door verklaard, dus de plaatjes waren weer op hun plek gevallen. Ongelooflijk.

Pauline had, heel lief, iets voor me meegenomen. Een zelfgeknutseld lichtpotje en een paar zelfgemaakte armbanden. Zo bijzonder, want wat nou als het helemaal geen goed consult was geweest? Het leek wel of ze al wist dat het wel goed zou gaan.

Toen ze weg was, liep ik wat rond door mijn ruimte. Altijd even een moment van ontlading na zo’n emotioneel gesprek. En toen… viel mijn oog ergens op. Pauline had de armbanden ingepakt in een zakje met een servetje erin. En op dat servetje stond… een lammetje.
“Nou ja!”, riep ik uit.
Maar toen keek ik beter.
Het was niet 1 lammetje, het waren er 2!
En de ene gaf de andere een kus.

We zijn te klein om te begrijpen.
We zijn te klein voor de grootheid achter alles.
We zijn net groot genoeg om soms, een flard, een glimp…
En hopelijk groot genoeg om te zeggen: het is.

Text Post

'Can I touch you my dear?'

Het is alweer een paar dagen geleden.
Maar het is er nog steeds.
En het moest een beetje bezinken voordat er woorden voor waren.

Die zijn er nog niet echt. Want: je moet het voelen. Dat mocht ik dit keer. Een onthutsende ervaring.

Wat: demonstratie fysiek mediumschap
Wie: David Thompson
Waar: Harderwijk

Fysiek mediumschap is mediumschap dat fysiek is. Zichtbaar, hoorbaar, voelbaar. Ikzelf ben een mentaal medium. Ik ervaar iemand bij me en ben ahw de ‘vertaler’ die zijn/haar aanwezigheid in woorden uitdrukt. Dat is al bijzonder, maar het mooiste is fysiek. Het is direct, het is sterk, het is ook uitzonderlijk. Niet veel mensen kunnen het en het vraagt een jarenlange toewijding om deze vorm tot stand te kunnen brengen. (Ik geloof dat David zich er al zo’n 30-40 jaar aan wijdt.)

Het vraagt ook voorzichtigheid. De sleutel van fysiek mediumschap is een bepaald ‘spul’ dat ectoplasma heet. Het wordt deels onttrokken aan het medium (David) dat in een diepe trance verkeerd. En deels ‘vermengd’ met stoffen uit de andere wereld. Dit ectoplasma maakt het mogelijk dat het niet-fysieke tijdelijk wel fysiek wordt. Maar het is kwetsbaar spul. Het verdraagt bijvoorbeeld geen daglicht. En het moet op rustige wijze opgebouwd en weer afgebouwd worden. Wordt de séance verstoord dan kan dat het medium verwonden (brandwonden) of zelfs doden (is gebeurd in het verleden.)

Een circle-leader ziet dus nauw toe op de hele procedure. En voor de séance met David, van afgelopen zaterdag, moesten we een overeenkomst tekenen, alle ijzerwaren en sieraden afdoen en werden we vooraf gefouilleerd. Toen zaten we in de totaal verduisterde ruimte. Hand in hand, verplicht, om zeker te weten dat niemand van zijn plaats zou gaan.

David zat vastgebonden met tie wraps aan zijn stoel en had daarbij een doek in zijn mond zodat gesproken woorden niet van hem afkomstig konden zijn.

De avond werd geopend, muziek werd gespeeld, we zongen mee, de energie werd opgebouwd. En toen: voetstappen. Er liep iemand. En hij begon te spreken. Eerst nog heel onduidelijk, maar gaandeweg beter verstaanbaar. Hij stelde zichzelf voor als William en vertelde over hoe blij de andere wereld altijd weer is met dit soort gelegenheden. Hij gaf ons de kans vragen te stellen die hij zou beantwoorden.
Ik dacht: ik stel een vraag. En ik vroeg hem naar zijn voorbereiding op een seance-avond toe.

De voetstappen kwamen naar mij toe.
Hij kwam voor me staan.
En ik zag hem niet, maar ik voelde hem.
Een andere aanwezigheid, uit een andere wereld.
Hij vertelde, over de hoeveelheid kracht die het kost, over hoeveel mensen er in de andere wereld aan bijdroegen. Over hoe belangrijk, de brug, tussen de 2 werelden. En toen vroeg hij:
“Can I touch you my dear?”
En ik hoorde mezelf zeggen:
“Yes please.”
Op mijn hoofd landde een hand. Geen gewone hand, maar een circa 2 x zo grote als normaal. Er ging iets door me heen en tranen kwamen op. Ik voelde hoe hij nog dichterbij kwam en toen kwam zijn voet tegen mijn voet en het schoot door me heen: lange schoen met scherpe rand. Goed onthouden. Straks kijken. Of iemand zulke schoenen aan heeft.
Janneke 1 en Janneke 2 door elkaar heen.

Na William kwam Timmy, een jongetje van 9. Een schelm, heel vrolijk, beetje brutaal en ondeugend, maar ook enthousiast.
En Timmy wilde graag zijn hand aan ons laten zien. Hij pakte een fluoriscerend balletje en ging daarmee de kring langs. Ik zag het balletje naderen, maar kon de vingers eromheen niet goed zien.
“Can you see my fingers?”, vroeg Timmy toen hij voor me stond.
“I’m sorry, but no”, zei ik.
Ineens: een vingertje, eerst op mijn keel, toen langs mijn wang en daarna eentje ín mijn mond. En ik voelde: een kindervinger, van een jongetje zoals het patatje (9). Weer tranen, terwijl Timmy moest lachen om zijn (slimme) streek.

En dit keer niet de gedachte van ‘goed kijken straks of iemand de vingers heeft zoals een jongetje van 9’.
Kritisch zijn is goed.
Maar ergens moet je je gewoon overgeven aan het feit dat iets er is.
En dat gebeurde, zaterdagavond.
Love, trust, surrender

Photo

DUS GEEN HOND

Ik werk graag met kaarten in een consult.
Vaak trek ik ze van tevoren.
En dan merk ik tijdens het gesprek wel wanneer ze van pas komen.

Het mooie is dat je in bepaalde kaarten steeds weer nieuwe betekenissen ontdekt, afhankelijk van de persoon en diens situatie. Zo is er een kaart over Being Extra Sensitive waarin ik op een dag ineens allemaal musicerende wezens ontdekte in de achtergrond. Ik wees de cliënte, die zelf muzikante is, erop. 
“Kijk, vioolspelende figuren daar in dat bos daar!”
Ik dacht dat ze zou lachen, maar ze bekeek de kaart heel serieus.
“Dat was nog een vraag”, zei ze. “Of mijn overleden opa bij me is als ik speel. Hij heeft me mijn eerste vioollessen gegeven.”
Flabbergasted.

Het is dus opletten met de kaarten, want er zitten veel lagen in. Maar goed, sommigen zijn gewoon wat ze zijn en daar valt niet heel veel extra’s in te ontdekken. Neem deze kaart: Loslaten. Het beeld spreekt boekdelen. De vrouw moet het hondje neerzetten om op de rug van het paard te kunnen stappen en te gaan vliegen. Als deze kaart tevoorschijn komt, is het eigenlijk alleen nog de vraag: wat wordt er vastgehouden. Waar is deze persoon zo aan gehecht dat het hem of haar remt in de vooruitgang?

Vandaag verscheen hij weer, voor cliënte E. die een consult over zichzelf wilde.
Ik ging van start en het gesprek ging overal over, maar niet over Loslaten. Ik vond deze vrouw eigenlijk juist al heel erg los en vreselijk in beweging en ze leek zich door niets te laten remmen. Dus aan het eind dacht ik: dan laten we die kaart maar zitten. Wat wel een onbevredigend gevoel gaf. 
Janneke 2 zei van binnen: ‘Joh, verkeerd getrokken, kan gebeuren.’
Maar Janneke 1 had er moeite mee en kwam ineens verrassend uit de hoek. Ze legde de kaart op tafel.
“Deze had ik nog voor jou getrokken. Al snap ik niet precies waarom.”
E. bekeek de kaart en glimlachte.
“O, dus toch maar geen hond”, zei ze.
“Geen hond?”, vroeg ik.
“Nee”, zei ze. “Nou ja, ik snap het wel. Het is ook misschien niet zo’n handig idee, aangezien ik weer wil gaan vliegen, als stewardess.”
Flabbergasted.

DUS GEEN HOND

Ik werk graag met kaarten in een consult.
Vaak trek ik ze van tevoren.
En dan merk ik tijdens het gesprek wel wanneer ze van pas komen.

Het mooie is dat je in bepaalde kaarten steeds weer nieuwe betekenissen ontdekt, afhankelijk van de persoon en diens situatie. Zo is er een kaart over Being Extra Sensitive waarin ik op een dag ineens allemaal musicerende wezens ontdekte in de achtergrond. Ik wees de cliënte, die zelf muzikante is, erop.
“Kijk, vioolspelende figuren daar in dat bos daar!”
Ik dacht dat ze zou lachen, maar ze bekeek de kaart heel serieus.
“Dat was nog een vraag”, zei ze. “Of mijn overleden opa bij me is als ik speel. Hij heeft me mijn eerste vioollessen gegeven.”
Flabbergasted.

Het is dus opletten met de kaarten, want er zitten veel lagen in. Maar goed, sommigen zijn gewoon wat ze zijn en daar valt niet heel veel extra’s in te ontdekken. Neem deze kaart: Loslaten. Het beeld spreekt boekdelen. De vrouw moet het hondje neerzetten om op de rug van het paard te kunnen stappen en te gaan vliegen. Als deze kaart tevoorschijn komt, is het eigenlijk alleen nog de vraag: wat wordt er vastgehouden. Waar is deze persoon zo aan gehecht dat het hem of haar remt in de vooruitgang?

Vandaag verscheen hij weer, voor cliënte E. die een consult over zichzelf wilde.
Ik ging van start en het gesprek ging overal over, maar niet over Loslaten. Ik vond deze vrouw eigenlijk juist al heel erg los en vreselijk in beweging en ze leek zich door niets te laten remmen. Dus aan het eind dacht ik: dan laten we die kaart maar zitten. Wat wel een onbevredigend gevoel gaf.
Janneke 2 zei van binnen: ‘Joh, verkeerd getrokken, kan gebeuren.’
Maar Janneke 1 had er moeite mee en kwam ineens verrassend uit de hoek. Ze legde de kaart op tafel.
“Deze had ik nog voor jou getrokken. Al snap ik niet precies waarom.”
E. bekeek de kaart en glimlachte.
“O, dus toch maar geen hond”, zei ze.
“Geen hond?”, vroeg ik.
“Nee”, zei ze. “Nou ja, ik snap het wel. Het is ook misschien niet zo’n handig idee, aangezien ik weer wil gaan vliegen, als stewardess.”
Flabbergasted.

Text Post

Let’s party

De vakantie is weer voorbij.
En dat niet alleen.
Voor mij ligt een aantal pittige weken.

Ik heb het natuurlijk allemaal zelf afgesproken, maar toen ik het afgelopen week achter elkaar in de agenda zag staan, dacht ik ineens: jeetje. Nou ben ik iemand die al snel jeetje denkt, want ik kan niet goed tegen een volle agenda. En vooral ‘s avonds weg moeten voor werk geeft me een gevoel van druk waar ik al dagen van tevoren last van kan hebben.

Sterker nog: ik had er vannacht last van. Met nog een hele vrije zondag voor de boeg, was ik in mijn slaap mee al bezig met die weken en vermengden de afzonderlijke werkdingen van de komende weken zich tot één groot Ding waar geen eind aan leek te komen en waar ik meerdere keren wakker van werd.

En toen werd ik echt wakker, op zondagochtend.
Het was 9.54 uur.
De zon scheen door een spleet tussen de slaapkamergordijnen door naar binnen.
Buiten was het stil.
En in mijn hoofd… klonk een liedje.

In mijn cursussen zeg ik het vaak tegen de cursisten: let op de liedjes in je hoofd. Luister naar de tekst, de essentie ervan. Want vaak zit er een antwoord op een vraag, of een oplossing voor een probleem, zonder dat je erover hebt nagedacht. Dat geldt voor alle liedjes, maar in het bijzonder voor de liedjes waar je mee wakker wordt. En ik werd dus wakker met… het muziekje van het spel Wii Party, dat ik graag speel met de pipo en het patatje.

En o, wat begreep ik de boodschap goed.
‘Wat zeur je nou met je drukte. De avonden, de lessen, de demo’s en de lezingen, het is geen drukte, het is gewoon leuk! Benader het ook zo, als iets gezelligs, als een spel dat je samen doet.’
Wat kon ik daar tegenin brengen.
Niks.
Let’s party!